Wij gebruiken cookies op deze site om uw gebruikerservaring te verbeteren.

Dominic De Prins werkt al 12 jaar voor Jan De Nul Group (JDN), wereldwijd bekend voor zijn maritieme, civiele en milieuprojecten. Dominic brengt zijn tijd meestal door in Latijns-Amerika. Hij was onder andere expat in Colombia en Panama. Momenteel woont en werkt hij al twee jaar in Guayaquil, de belangrijkste havenstad van Ecuador. ‘Wat ik het meeste mis van België is mijn familie, de fietsmogelijkheden en natuurlijk ook de culinaire verwennerij, maar daarvoor hebben we een soort ‘boodschappersregel’ in het leven geroepen. Collega-expats die naar België op vakantie gaan, geven we vaak een boodschappenlijstje mee.’

Jong geleerd is oud gedaan

Op 23-jarige leeftijd werd Dominic als operational superintendent uitgestuurd naar Spanje. ‘De perfecte start van mijn carrière. Toen ik die kans kreeg, heb ik niet lang getwijfeld. Het was een fantastische eerste expatervaring.’ Tijdens zijn verblijf in Spanje deed Dominic verschillende projecten langs de kust, van Barcelona tot in Valencia. Toen de financiële crisis ook Spanje hard trof, heeft hij zijn expatavontuur even op pauze moeten zetten. Hij keerde terug naar België. ‘Op kantoor in Aalst kwam ik mijn huidige baas tegen in de lift en hij heeft niet lang getwijfeld om me opnieuw op een buitenlands avontuur te sturen. Drie dagen later zat ik op het vliegtuig naar Mexico. Ik ben hem daar nog steeds dankbaar voor.’

Cultuurshock

In Lázaro Cárdenas, Michoacán, was Dominic de link tussen het droog grondverzet, de opspuitingswerken en het baggerschip. Hij leidde het maken van een nieuwe draaikom en het opspuiten van de omliggende terreinen.

Wat Spanje en Mexico gemeen hebben is de taal, maar het blijft een totaal andere cultuur. ‘In Spanje had ik het gevoel dat ik thuis was, het is immers Europa. Maar Mexico voelde toch anders aan.’ Er heerst een andere (werk)cultuur. ‘Als Belg hanteren we van nature een directe no-bullshit approach, maar toen ik in Mexico werkte, moest ik veel meer mijn woorden wikken en wegen.’ Dominic mocht als starter een lokaal team leiden. ‘Hier kreeg ik sneller verantwoordelijkheid. Dat hield het boeiend en dwong me een versnelling hoger te schakelen.’

Na het avontuur in Mexico, stonden Colombia, Perú, Brazilië en Panama op het lijstje, met een intermezzo in Qatar en Rusland. Daarna, in 2013, werd hij opnieuw naar Barranquilla (Colombia) gestuurd.

De familie De Prins

Door deze expatervaring kwam hij in een nieuwe functie en levensfase terecht. ‘Ik mocht beginnen als project manager en leerde mijn vrouw kennen. Het verhaal van Latijns-Amerika was compleet.’

Voor expats is een goede ‘work-life balance’ belangrijk om het vol te houden. Je hebt dan ook verschillende statuten waaronder je kan werken. Als vrijgezel roteer je om de twee maanden. Je bent dan tijdelijk in het buitenland. Heb je een vaste relatie, dan kan je een expat worden die vast in het buitenland woont en op vakantie gaat naar België. ‘Ik begon als vrijgezel, maar na mijn avontuur in Barranquilla, besloot ik met mijn partner om samen verder te gaan. Nu werk ik vijf maanden en krijg ik één maand vakantie.’ Dat gaf Dominic een zekere stabiliteit. Het was ook interessanter voor zijn werkgever, want door langer te blijven, garandeerde hij continuïteit voorinterne en externe contacten.

Toen het project in Colombia eindigde, trok het gezin in 2015 voor een langere periode naar Panama, waar Dominic zijn eerste groot project als project manager kreeg, de uitbreiding van PSA Panama terminal vlakbij Panama City.

Buren en de OSZ, een sociaal vangnet

In 2018 werd Dominic gecontacteerd voor een project in Guayaquil (Ecuador). ‘Geen aangename stad’, zegt hij zelf, maar het echtpaar vond gelukkig een mooier plekje om te wonen, net buiten de stad. ‘De woonomgeving is zeer belangrijk om rust te vinden na het werk en sociale contacten op te bouwen’. ‘Omdat mijn vrouw van Colombia afkomstig is en ik nauw samenwerk met de lokale bevolking, hebben wij minder de behoefte om samen te hokken met andere expats. Velen van onze vrienden zijn Ecuadorianen en andere Zuid-Amerikanen. Als je een goede relatie hebt met de lokale bevolking, ben je omringd met mensen die je van dichtbij kunnen helpen. Dit wordt nog belangrijker als je geen familie dichtbij hebt. Je mag nog zo goed verzekerd zijn, soms heb je gewoon hulp nodig van jouw buren.’

‘In Ecuador heb je wel sociale zekerheid, maar als je hetzelfde sociale vangnet wil als in België, moet je je bij een Belgische expatverzekering aansluiten.’ De werkgever van Dominic heeft voor al zijn expats een uitgebreid verzekeringspakket waaronder een luik bij de Overzeese Sociale Zekerheid (OSZ). En dat geeft hem een bepaalde gemoedsrust.

Welkom

Overal waar Dominic en zijn familie woonden, werden ze met open armen ontvangen. ‘Het is een soort van positieve discriminatie.’ Expats van Jan De Nul Group zijn vaak graag geziene gasten omdat ze totaaloplossingen voor complexe problemen meebrengen. In het geval van Dominic: de grootste haven van Ecuador toegankelijker maken.

Momenteel is hij verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van het toegangskanaal van Guayaquil. Het baggerbedrijf zorgt ervoor dat het kanaal steeds een bepaalde diepte heeft zodat schepen probleemloos tot Guayaquil kunnen varen, zo´n 90 km landinwaarts. Daarnaast kan het scheepvaartverkeer in goede banen geleid worden met een Vessel Traffic Service systeem. Dat is een verkeersleiding voor de scheepvaart, gefinancierd door het baggerbedrijf. ‘Als Managing Director van de lokale firma, leid ik ook een team dat bestaat uit lokale ingenieurs, topografen, administratief bedienden, enz. Zo geef je als organisatie ook iets terug aan het land waar je werkt als expat. En dat is misschien nog wel het mooiste aan expat zijn.’

naar boven